
Marokkaanse consulaat in Brussel onder vuur: zwarte vlek op het imago van het buitenlands beleid
Ondanks de koninklijke richtlijnen van Koning Mohammed VI en de inspanningen van het ministerie van Buitenlandse Zaken om de dienstverlening aan de Marokkaanse diaspora te verbeteren, komt het consulaat-generaal van Marokko in Brussel opnieuw onder scherpe kritiek te staan. De klachten uit de gemeenschap nemen toe, net op het moment dat de “Marhaba 2025”-operatie van start gaat.
Minister Nasser Bourita kondigde op 3 juni 2025 in het parlement aan dat alle consulaten vanaf 15 juni tot 15 september in permanente dienst zullen zijn, inclusief weekenden en feestdagen. Ook zouden mobiele consulaten worden ingezet om de dienstverlening te verbeteren.
Maar volgens leden van de gemeenschap in Brussel laat het lokale consulaat deze richtlijnen volledig links liggen. Zij klagen over trage administratieve procedures, gebrekkige communicatie en gebrek aan efficiëntie.
Zo ontvangen burgers pas na dagen antwoord op afsprakenaanvragen, en worden ze geconfronteerd met lange wachttijden van soms meer dan een week – ook voor dringende documenten zoals nationale identiteitskaarten of attesten van overeenstemming. In een recente melding kreeg een burger pas tien dagen na aanvraag een eerste beschikbare afspraakdatum.
Steeds meer Marokkanen in Brussel voelen zich gedwongen om uit te wijken naar het consulaat in Antwerpen, waar de dienstverlening wél snel en correct verloopt, tot grote tevredenheid van de gemeenschap daar.
Opvallend is dat het consulaat in Brussel over 16 loketten beschikt op de benedenverdieping, maar er momenteel slechts 6 of 7 in gebruik zijn, zelfs in de drukste periode van het jaar. Dit illustreert de kloof tussen het officiële overheidsdiscours en de realiteit op het terrein.
De gemeenschap vraagt een dringend onderzoek door het ministerie van Buitenlandse Zaken en pleit voor een inspectie ter plaatse om de knelpunten in kaart te brengen en structurele oplossingen te bieden die de waardigheid en rechten van de burger respecteren.
Tot dat gebeurt, blijven Marokkaanse burgers in Brussel afhankelijk van gebrekkige communicatie en uitgestelde afspraken, op een moment dat snelheid en efficiëntie essentieel zijn. Een consulaat hoort een brug te zijn met het thuisland — geen extra obstakel.
In dat licht klinkt de boodschap van Koning Mohammed VI in zijn eerste troonrede op 30 juli 1999 sterker dan ooit:
“Onder de zaken waaraan wij bijzondere aandacht zullen besteden, zijn de kwesties van onze gemeenschap in het buitenland, en het serieus aanpakken van de moeilijkheden die zij ondervindt, om zo haar band met het moederland te versterken.”




