De forse stijging van de vleesprijzen tijdens het Offerfeest in Marokko heeft de aandacht opnieuw gevestigd op de fundamentele problemen in de veeteeltsector. Van een verzwakt nationaal vee tot gebrekkige distributiekanalen โ de situatie roept dringende vragen op over voedselzekerheid, prijsstabiliteit en toekomstgerichte hervormingen.
Volgens Youssef Krraoui El Fellali, econoom en voorzitter van het Marokkaans Centrum voor Goed Bestuur, ligt de oorzaak vooral in een marktonbalans: de vraag was uitzonderlijk hoog, terwijl het aanbod tekortschiet. Veel gezinnen die de slachtrituelen niet uitvoerden, kochten alsnog grote hoeveelheden vlees, wat de druk op de markt verhoogde.
Ook econoom Mohamed Jedri wijst op diepere oorzaken: โDe nationale veestapel is de afgelopen jaren hard geraakt door terugkerende droogteperiodes en de gestegen kosten van veevoeder, waardoor de hele sector onder druk staat.โ
Beide experts zijn het erover eens dat de absolute prioriteit ligt bij het heropbouwen van de nationale veestapel tegen 2026. Ze pleiten voor een reeks overheidsmaatregelen met de nadruk op structurele steun voor veehouders.
El Fellali roept op tot een snelle uitvoering van het overheidsprogramma voor financiรซle steun, waaronder 500 dirham per vrouwelijk dier. Daarnaast pleit hij voor een herschikking van leningen om boeren meer ademruimte te geven. Jedri vult aan dat het 6 miljard dirham-programma ook voorziet in kwijtschelding van kleine leningen, herfinanciering van grote schulden en gedeeltelijke overname van rente door de overheid.
Een vlotte toegang tot financiering is cruciaal, aldus El Fellali: โZowel ervaren veeboeren als kleine of beginnende landbouwers moeten snel financiering kunnen verkrijgen om hun activiteiten te versterken.โ
Jedri benadrukt dat het subsidiรซren van veevoeder, tot maximaal 2 dirham per kilogram, essentieel is voor een breed toegankelijk systeem. Beide specialisten benadrukken ook het belang van een verbod op het slachten van vrouwelijke dieren, dat centraal staat in de wederopbouw van de veestapel. Hiervoor wordt 400 dirham steun per dier voorzien als men minstens รฉรฉn jaar wacht tussen twee fokcycli.
De steun is niet enkel financieel. El Fellali benadrukt het belang van technische begeleiding: โEen boer geld geven en hem een jaar met rust laten, werkt niet. Er moet minstens maandelijks een controle plaatsvinden door veeartsen of specialisten.โ
Op papier oogt het overheidsprogramma ambitieus, maar volgens Jedri ligt de uitdaging in de uitvoering. Hij waarschuwt dat het succes afhangt van strikte controle, transparantie en rechtvaardige verdeling: โEr mogen geen uitwassen zijn van vriendjespolitiek of corruptie. De steun moet ook echt de kleine boeren met 5 tot 10 dieren bereiken.โ
Volgens Jedri is enkel met goed bestuur en doeltreffende uitvoering herstel mogelijk. Als alles correct verloopt, zou de nationale veestapel tegen 2026 of 2027 opnieuw het niveau van vรณรณr 2019 kunnen bereiken.





