
🟠 Minister van Justitie: “Twee derde van de rechters spreekt Tamazight” – Pleidooi voor bescherming eerlijke burgemeesters
MNWS – Rabat
De Marokkaanse minister van Justitie Abdellatif Ouahbi heeft maandag in het parlement verklaard dat ongeveer twee derde van de Marokkaanse rechters Tamazight spreekt, en dat het onwaarschijnlijk is dat een burger geen Amazigh-sprekende ambtenaar tegenkomt in een rechtbank.
De minister verwees naar artikel 36 van de organieke wet betreffende de geleidelijke invoering van het officiële karakter van de Amazigh-taal. Dit artikel verplicht rechtbanken om Amazigh te integreren in hun werking. In dat kader werd een wervingscampagne opgezet voor sociale assistenten die Tamazight spreken, in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor de Amazigh Cultuur (IRCAM).
Ouahbi wees er ook op dat de nationaliteitswet is aangepast, op voorstel van de Istiqlal-partij, zodat voortaan ook kennis van Tamazight kan volstaan om in aanmerking te komen voor het Marokkaans staatsburgerschap, naast het Arabisch.
Verder stelde hij dat het moeilijk is om rechters op basis van taalregionale spreiding te benoemen, maar dat er wel ambtenaren in Amazigh-sprekende gebieden zijn toegewezen die de taal beheersen.
🏛️ Hervorming familierecht en handelsrecht
Over de hervorming van het familierecht zei Ouahbi dat er momenteel 87 afdelingen voor familierecht bestaan, waarvan er 75 actief zijn. Hij pleit voor het oprichten van volledig gespecialiseerde familierechtbanken, die zaken zoals huwelijk, echtscheiding, erfenis en geweld tegen vrouwen en ouders behandelen.
Wat betreft het handelsrecht gaf de minister aan dat het huidige Wetboek van Koophandel een struikelblok vormt. Zo kunnen zware procedures zoals gerechtelijke vereffening worden opgelegd aan bedrijven van om het even welke grootte. Dit zorgt volgens hem voor onnodige overbelasting van de rechtbanken.
⚖️ Bevoegdheden en bescherming van lokale besturen
De minister verklaarde dat de regionale directies van zijn ministerie meer autonomie hebben gekregen, waaronder verantwoordelijkheid voor personeelsbeheer, begrotingsuitvoering en lokaal beleid.
Tot slot pleitte Ouahbi voor : “Wie steelt, moet gestraft worden. Maar wie oprecht is en een fout maakt, moet beschermd worden. Als hij geen dief is, dan ga ik voor hem door het vuur. En wie vuil is, als hij in deze wereld niet gestraft wordt, zal hij in het hiernamaals naar de hel gaan.”




