Nadorcity – Nieuwsbericht
Het Hof van Beroep in Rabat heeft het doek laten vallen over één van de gruwelijkste misdaden die Marokko de afgelopen jaren heeft gekend. In de zaak die in de media bekend staat als de “Massamoord in Hay Rahma”, werd de hoofdverdachte veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Wat gebeurde er?
De feiten gaan terug tot 2020 en veroorzaakten destijds een schokgolf onder de Marokkaanse bevolking. In een woning in de wijk Hay Rahma werd het levenloze lichaam aangetroffen van zes familieleden van de verdachte. De slachtoffers – onder wie zijn broer, diens vrouw, hun zoon, schoondochter, een baby van 40 dagen oud en een minderjarige – werden allen op gruwelijke wijze omgebracht en teruggevonden in een brandend huis.
Onderzoek en motief
Volgens de krant Assabah wees het onderzoek uit dat de verdachte, een Marokkaanse migrant die uit Spanje werd teruggestuurd, verwikkeld was in een ernstig familieconflict. Uit het forensisch onderzoek kwamen bedreigende WhatsApp-berichten aan het licht die hij naar zijn broer stuurde over een geschil rond een stuk grond in Mechraa Bel Ksiri.
De verdachte beweerde dat hij onder invloed van alcohol was toen hij die berichten verstuurde. Hij ontkende zijn directe betrokkenheid bij de moorden, en verklaarde zelfs bereid te zijn om 1.500 dirham bij te dragen aan de begrafenis van zijn broer. Desondanks oordeelde de rechtbank dat zijn verklaringen en acties voldoende aanwijzingen bevatten van opzettelijke medeplichtigheid aan de misdaad.
Vonnis en schadevergoeding
Hoewel de onderzoeksrechter de verdachte aanvankelijk als hoofdverdachte beschouwde, werd hij in beroep uiteindelijk veroordeeld als medepleger van moord met voorbedachten rade. De rechtbank legde hem ook een burgerlijke schadevergoeding op van 1 miljoen dirham (100.000 euro), te betalen aan de nabestaanden van de slachtoffers. Tot op heden zijn de daadwerkelijke uitvoerders van de moord nog steeds onbekend.
Verdediging gaat in cassatie
De advocaat van de veroordeelde heeft inmiddels aangekondigd in cassatie te gaan. Hij stelt dat er geen concreet materieel bewijs is dat zijn cliënt rechtstreeks met de uitvoering van de misdaden verbindt, en betwist de zwaarte van het vonnis.
Deze zaak blijft Marokko beroeren, niet alleen omwille van de gruwel van de feiten, maar ook vanwege de onopgeloste elementen die na vier jaar nog altijd vragen oproepen.





