Door: Redactie | Datum: Donderdag 15 mei 2025 – 23:00
De interne verdeeldheid binnen het separatistische Polisario-front is verder toegenomen na het lekken van een kritisch document waarin de huidige leiders worden beschuldigd van politieke stagnatie, vriendjespolitiek en het niet nakomen van beloften die decennia geleden zijn gedaan.
Het document, getiteld “Een Open Oproep aan de Nationale Elites en het Sahrawi-volk”, is opgesteld door een groep Sahrawi-intellectuelen, voormalige diplomaten en oud-functionarissen. De auteurs pleiten voor een spoedcongres dat moet leiden tot een grondige hervorming van de leiding, die wordt omschreven als een “gesloten familiebedrijf” dat gebukt gaat onder corruptie en politieke stilstand.
De oproep komt op een gevoelig moment: de groep staat op het punt om haar 52e verjaardag te vieren, eens een mijlpaal van verzet, maar inmiddels overschaduwd door ontgoocheling en interne strijd.
In Laayoune, de grootste stad in de zuidelijke provincies van Marokko, merkten verslaggevers van Hespress op dat de viering opvallend stil bleef. Dit wordt door waarnemers gezien als symbool van de groeiende kloof tussen de leiding en haar achterban.
“Wat ooit ‘de stem van het volk’ was, is nu de stilte van wie zich afkeert,” aldus een politiek analist.
Versleten leiderschap zonder koers
Hamdatt Lahcen, onderzoeker gespecialiseerd in internationale betrekkingen en de Sahara-kwestie, noemt het document een duidelijke aanwijzing van een structurele crisis. Volgens hem heeft de beweging geen strategie, is de leiding verouderd, en is de afhankelijkheid van het Algerijnse leger volledig.
“Er is geen toekomstplan, geen hoop bij de jeugd, en het morele gezag is weg,” stelt Lahcen.
Didi Bibout, historicus gespecialiseerd in Noord-Afrika, benadrukt dat de geloofwaardigheid van het Polisario-front ernstig is aangetast door mensenrechtenschendingen, en het gebrek aan juridische status voor Sahrawi’s in de Tindouf-kampen in Algerije.
“Deze frustraties bestaan al generaties lang,” zegt hij. “Wat nu verandert, is het collectieve besef dat het zo niet verder kan.”
Bibout verwijst naar gewelddadige incidenten in 1988, gebrekkige leiderschapsverkiezingen en de onderdrukking van elke vorm van interne oppositie.
Hij merkt op dat de oproep tot verandering niet langer beperkt blijft tot de kampen, maar ook weerklinkt in Sahrawi-diasporagemeenschappen wereldwijd.
“Dit is geen tijdelijke opstand. Dit is het begin van een ideologische breuk met een beweging die het leven van Sahrawi’s al ruim 50 jaar domineert.”





